NLNederlands · Nederlands

Nederlands leren — gratis in je browser

Leer Nederlands gratis in je browser — 80 lessen van A1 tot B2, met flashcards en uitspraakoefeningen. Geen abonnement, geen download.

Nu gratis Nederlands leren →26 talen · A1–B2 · zonder account
Langula voor iPhone en iPad · ★ 4,6 · Gratis downloaden →
Les 1
hallo
HAL-lo
hallo

Waarom Nederlands leren met Langula?

Spreken kun je al, schrijven scherp je bij

De lessen richten zich op wat moedertaalsprekers werkelijk fout doen: werkwoordspelling, de tussen-n, ei tegenover ij en samenstellingen die los of aaneen gaan.

De of het zonder gokken

Het Leitner-systeem met vijf bakjes bewaart elk zelfstandig naamwoord samen met zijn lidwoord en laat precies die woorden terugkomen waarover je blijft twijfelen.

Passieve woordenschat actief maken

Veel woorden herken je wel, maar gebruik je nooit. Gespreide herhaling haalt ze uit je passieve geheugen en zet ze in je actieve taalgebruik.

Uitspraak controleren in de browser

Ben je buiten het taalgebied opgegroeid of spreek je Nederlands zelden hardop? De uitspraakcontrole beoordeelt je klanken meteen; er wordt geen audio opgeslagen.

Noord en zuid naast elkaar

Nederland en Vlaanderen delen dezelfde standaardtaal en dezelfde spelling. De lessen benoemen waar woordkeuze en uitspraak uiteenlopen, van de harde en de zachte g tot gsm en mobiel.

Gratis, zonder installatie

Langula draait in elke browser, zonder download en zonder account. Maak je er later toch een aan, dan loopt je voortgang mee tussen telefoon en laptop, met een certificaat per niveau.

Zo werkt het

1

Kies je taal

Nederlands staat al klaar — kies je brontaal en je kunt beginnen.

2

Elke dag een korte les

5–20 minuten per dag: nieuwe woorden plus je herhalingen.

3

Uitspraak en voortgang

Zeg hardop na, hou je reeks bij en speel badges vrij.

Je eerste woorden in het Nederlands

Na de allereerste les kun je iemand begroeten en netjes bedanken.

Tik op een kaart om hem om te draaien

Van A1 tot B2 — jouw gestructureerde leerpad

Zo is jouw traject opgebouwd: vier ERK-niveaus, 80 lessen. Elke les leert je 20 nieuwe woorden en 6 voorbeeldzinnen — flashcards en uitspraakoefening verankeren ze voordat het volgende niveau wordt ontgrendeld.

4ERK-niveaus · A1–B2
80lessen · 20 per niveau
26woorden & zinnen per les
A1
De basis weer scherp · Beginner
Lessen 1–20
Klank en spelling terug naar de kern: lange en korte klinkers (maan tegenover man), de regels voor open en gesloten lettergrepen, de lidwoorden de, het en een, en de tegenwoordige tijd van zijn, hebben en gaan. Tegelijk leg je een kern van zo’n vijfhonderd hoogfrequente woorden vast, inclusief het lidwoord dat erbij hoort.
Daarna kun je
✓ mensen begroeten en jezelf voorstellen
✓ vragen naar getallen, tijd en prijzen
✓ iets bestellen in een café
✓ eenvoudige vragen stellen en beantwoorden
A2
Alledaags Nederlands zonder slordigheden · Elementair
Lessen 21–40
Boodschappen, afspraken, familie en werk. Je werkt de voltooide tijd met hebben en zijn bij, oefent de d/t-keuze bij voltooide deelwoorden, en behandelt scheidbare werkwoorden (opstaan, meegaan), verkleinwoorden en de bijzin met omdat en dat, waarin de persoonsvorm naar achteren gaat.
Daarna kun je
✓ praten over familie, werk en hobby's
✓ boodschappen doen en de weg vragen
✓ in de verleden tijd vertellen
✓ afspraken maken
B1
Vlot en verzorgd formuleren · Halfgevorderd
Lessen 41–60
Je schrijft en spreekt over werk, reizen en meningen. Aan bod komen de woordvolgorde in de bijzin, betrekkelijke bijzinnen met die en dat, de voorwaardelijke wijs met zou, de trappen van vergelijking en het veelzijdige woordje er. Je actieve woordenschat groeit naar ongeveer 2.500 woorden.
Daarna kun je
✓ je mening uiten en onderbouwen
✓ alleen reizen en problemen oplossen
✓ vertellen over ervaringen en plannen
✓ films en podcasts grofweg volgen
B2
Register en nuance · Gevorderd
Lessen 61–80
Je schakelt bewust tussen u en je, tussen spreektaal en een zakelijke brief. Onderwerpen zijn de lijdende vorm met worden en zijn, indirecte rede, vaste voorzetsels bij werkwoorden, uitdrukkingen en de spellingvalkuilen waar ook geoefende schrijvers over blijven struikelen.
Daarna kun je
✓ lange discussies moeiteloos volgen
✓ je spontaan en vloeiend uitdrukken
✓ Nederlands op je werk gebruiken
✓ complexe teksten en nieuws begrijpen
Jouw doel: vlot in het dagelijks leven
Niveau B2 voltooid — inclusief een pdf-certificaat voor elk niveau dat je bereikt.
Begin bij A1 →

Meer talen leren

Nederlands leren — gratis en in je eigen tempo

Nederlands is de moedertaal van ongeveer 25 miljoen mensen: zo’n 17,5 miljoen in Nederland, 6,5 miljoen in Vlaanderen, en nog eens zo’n vijf miljoen mensen spreken het als tweede taal. Daarbij komt de officiële status in Suriname en op Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Je spreekt het dagelijks zonder erbij na te denken, maar spreken en schrijven zijn twee verschillende vaardigheden. Een sollicitatiebrief, een verslag voor je werk of een mail aan de gemeente vraagt om een register en een nauwkeurigheid die je aan de keukentafel zelden nodig hebt.

De struikelblokken zijn voor moedertaalsprekers heel andere dan voor buitenlanders. Werkwoordspelling staat bovenaan: word of wordt, en het verschil tussen ‘het gebeurt’ en ‘het is gebeurd’. Daarnaast is er de tussen-n in samenstellingen (pannenkoek, maar ruggengraat), het paar ei tegenover ij en au tegenover ou — klanken die identiek zijn en waarvan de spelling alleen uit het hoofd te leren valt — en de keuze tussen los en aaneen schrijven, waar Engelse leenwoorden extra verwarring zaaien.

Ook de grammatica die je onbewust feilloos toepast, is het opfrissen waard zodra je iets moet uitleggen of nakijken. Nederlandse zelfstandige naamwoorden hebben twee geslachten, de-woorden en het-woorden, en juist bij minder frequente woorden twijfelt bijna iedereen. In de hoofdzin staat de persoonsvorm op de tweede plaats, in de bijzin schuift hij naar achteren. Scheidbare werkwoorden vallen uiteen (ik bel je op), verkleinwoorden op -je zitten in vrijwel elke zin, en het woordje ‘er’ heeft een handvol functies die maar weinig mensen kunnen benoemen.

Langula pakt dat systematisch aan. Tachtig lessen lopen van A1 tot B2, en je stapt in op het niveau dat bij je past: de eerste blokken als snelle opfrissing, de latere voor woordenschat, register en de fijnere regels. Het Leitner-systeem met vijf bakjes koppelt elk zelfstandig naamwoord aan zijn lidwoord, zodat de of het geen gokwerk meer is. De uitspraakcontrole in je browser geeft direct een beoordeling, handig als je het Nederlands vooral hoort en zelden hardop spreekt; er wordt geen audio bewaard. Alles werkt gratis in de browser, op telefoon en laptop, zonder account.

Veelgestelde vragen

Heeft een cursus Nederlands zin als het je moedertaal is?
Ja, maar met een ander doel dan bij een vreemde taal. Je oefent niet om verstaanbaar te worden, maar om foutloos te schrijven, je woordenschat te vergroten en het verschil te voelen tussen spreektaal en een zakelijke tekst. Ook wie in het buitenland opgroeide of het Nederlands jarenlang nauwelijks gebruikte, haalt met een gestructureerde route snel weer niveau.
Wanneer schrijf je de en wanneer het?
Nederlandse zelfstandige naamwoorden zijn de-woorden of het-woorden, en betrouwbare regels zijn er nauwelijks. Een paar aanwijzingen helpen: verkleinwoorden zijn altijd het-woorden (het huisje) en meervouden altijd de-woorden. De rest leer je woord voor woord. Het lidwoord bepaalt bovendien de uitgang van het bijvoeglijk naamwoord en de keuze tussen die en dat, dus een misser valt op.
Hoe zat de dt-regel ook alweer?
In de tegenwoordige tijd krijgt de stam er een t bij als het onderwerp hij, zij, het of u is: hij wordt, zij antwoordt. Eindigt de stam al op een d, dan komt die t er gewoon achter. Bij ik en bij een vraag met jij achter het werkwoord vervalt de t: word ik, word jij. Bij voltooide deelwoorden helpt de vervangingsproef met maken. Past ‘het is gemaakt’, dan schrijf je gebeurd; past ‘het maakt’, dan is het gebeurt.
Ei of ij, au of ou — hoe onthoud je welke je nodig hebt?
Die paren klinken in het standaard Nederlands hetzelfde; de spelling volgt de geschiedenis van het woord, niet de klank. Er is geen regel die het probleem oplost, dus geheugensteuntjes en herhaling doen het werk. Woordparen die alleen in spelling verschillen, zoals mij en mei, hij en hei, rouw en rauw, blijven het beste hangen als je ze samen met hun betekenis oefent.
Is Vlaams een andere taal dan Nederlands?
Nee. Vlaanderen en Nederland delen dezelfde standaardtaal en dezelfde spelling, vastgelegd door de Nederlandse Taalunie. De verschillen zitten in de uitspraak, met de zachte g in het zuiden tegenover de harde g in het noorden, en in woordkeuze: een Vlaming zegt gsm waar een Nederlander mobiel zegt. In geschreven, verzorgde teksten valt dat onderscheid grotendeels weg.
Helpt mijn Nederlands bij het leren van Afrikaans?
Aanzienlijk. Afrikaans is uit het Nederlands ontstaan en wordt door miljoenen mensen in Zuid-Afrika en Namibië gesproken. De grammatica is sterk vereenvoudigd, met één lidwoord en zonder persoonsuitgangen bij het werkwoord, en een groot deel van de woordenschat herken je meteen. Geschreven Afrikaans lees je als Nederlandstalige na korte gewenning al grotendeels.

Klaar om Nederlands te leren?

Gratis, in je browser, binnen een minuut startklaar.

Nu gratis beginnen →