Kijk goed
- Ich sehe den Mann.Ik zie de man.
- Sie kauft einen Kuchen.Ze koopt een taart.
- Wir lesen das Buch.Wij lezen het boek.
- Er hat keine Zeit.Hij heeft geen tijd.
De regel
De accusatief geeft vaak aan wie of wat rechtstreeks door een handeling geraakt wordt. Vraag: wie of wat heb ik nodig? Ich brauche einen Arzt. Bij mannelijke naamwoorden wordt der den en ein einen. Bij vrouwelijke en onzijdige naamwoorden blijft het basislidwoord hier gelijk: eine Fahrkarte, ein Ticket. Niet elk werkwoord vraagt zo’n aanvulling; leer daarom ook wat het werkwoord nodig heeft.
Onthoud: Bij mannelijke naamwoorden: der → den, ein → einen.
Hoort bij les 4, 5, 8 van de cursus.
Wat voor jou anders is
Het Nederlands kent verschillende vormen voor persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp en voorwerp. Bij lidwoorden zie je dat onderscheid meestal niet. In het Duits krijgt een mannelijk direct voorwerp echter een andere vorm: „ein Arzt” wordt „einen Arzt”. Het onzijdige „ein Ticket” houdt ein. Kijk daarom niet alleen naar de functie, maar ook naar het geslacht van het Duitse naamwoord.
De vormen
| Grundform | bestimmt | unbestimmt |
|---|---|---|
| der Tisch | den Tisch | einen Tisch |
| die Suppe | die Suppe | eine Suppe |
| das Haus | das Haus | ein Haus |
Veelgemaakte fouten
- *Ich brauche ein Arzt. → Ich brauche einen Arzt.
- *Ich sehe der Zug. → Ich sehe den Zug.
Korte test
- Ich sehe ___ Hund.Kies het juiste lidwoord.
- der
- den
- dem
- des
Antwoord
den — Mannelijk in de accusatief: der → den - Sie trinkt ___ Tee. (mannelijk)Vul het juiste lidwoord in.
Antwoord
den — Tee is mannelijk, accusatief: den - Er kauft ___ Tasche. (vrouwelijk)Kies de juiste vorm.
- ein
- eine
- einen
- einer
Antwoord
eine — Vrouwelijk verandert niet in de accusatief - Ich habe ein Bruder.Verbeter de fout.
Antwoord
Ich habe einen Bruder. — Bruder is mannelijk → accusatief: einen - Das Geschenk ist für ___ Lehrerin.Vul het juiste lidwoord in.
Antwoord
die — Vrouwelijk blijft in de accusatief gelijk - Wähle den grammatisch korrekten Satz.Welke zin is juist?
- Wir brauchen ein Tisch.
- Wir brauchen einen Tisch.
- Wir brauchen der Tisch.
- Wir brauchen den Tische.
Antwoord
Wir brauchen einen Tisch. — Tisch is mannelijk → accusatief: einen
Dezelfde oefeningen komen terug in de cursus — daar onthoudt Langula wat je kent en vraagt het op het juiste moment opnieuw. Gratis Duits leren →
Begrippen
- Naamval
- De vorm van een woord kan zijn rol tonen: ik, mij.
- Accusatief
- Een vorm voor wie of wat de handeling direct raakt: ik zie de hond.
- Lijdend voorwerp
- De persoon of ding die direct wordt beïnvloed door een actie: ik zie de hond.
- Lidwoord
- Een kort woord voor een naam voor een ding: de hond, een hond.
Naamvallen
Duits leren, niet alleen erover lezen
De zinnen op deze pagina horen bij de gratis cursus — met uitspraak en herhaling.
Gratis beginnen