Kijk goed
- Ich gebe dem Kind einen Apfel.Ik geef het kind een appel.
- Er hilft der Frau.Hij helpt de vrouw.
- Wir danken den Lehrern.Wij danken de leraren.
- Sie schreibt ihrem Freund einen Brief.Ze schrijft haar vriend een brief.
De regel
De Datief geeft vaak aan wie iets ontvangt of wie wordt geholpen. In Sie gibt ihm das Buch is das Buch de gegeven zaak en ihm de ontvanger. De lidwoorden krijgen de vormen dem, der, dem en in het meervoud den. Ook de voornaamwoorden veranderen: mir betekent „aan mij”, ihm „aan hem”. Leer bij elk werkwoord welke aanvulling erbij hoort.
Onthoud: Vraag „aan wie?”: mir, ihm, dem Kind.
Hoort bij les 9, 12, 30 van de cursus.
Wat voor jou anders is
In het Nederlands zeg je meestal „aan hem” of gebruik je de woordvolgorde om de ontvanger te herkennen. Het lidwoord verandert daarbij nauwelijks. In het Duits zie je die rol juist aan de vorm: „der Mann” wordt „dem Mann”. Ook een voornaamwoord als „ihm” geeft de ontvanger aan. Let dus op beide plaatsen.
De vormen
| Genus | bestimmt | unbestimmt |
|---|---|---|
| m | dem | einem |
| f | der | einer |
| n | dem | einem |
| Plural | den | — |
Veelgemaakte fouten
- *Sie gibt ihn das Buch. → Sie gibt ihm das Buch.
- *Kannst du mich bitte helfen? → Kannst du mir bitte helfen?
Korte test
- Ich gebe ___ Mann das Buch.Kies het juiste lidwoord.
- der
- den
- dem
- des
Antwoord
dem — Mannelijk datief: der → dem - Sie hilft ___ Kindern. (meervoud)Vul het juiste lidwoord in.
Antwoord
den — Datief meervoud: den + zelfstandig naamwoord met -n - Er fährt ___ dem Bus zur Arbeit.Kies het juiste voorzetsel.
- mit
- für
- durch
- gegen
Antwoord
mit — Vervoermiddel → mit + datief - Das Buch gehört die Lehrerin.Verbeter de fout.
Antwoord
Das Buch gehört der Lehrerin. — gehören + datief: die → der - Ich komme aus ___ Schweiz.Vul de juiste vorm in.
Antwoord
der — aus + datief: die Schweiz → der Schweiz - Er gibt ___ Freundin ein Geschenk.Kies de juiste vorm.
- seine
- seiner
- seinem
- seinen
Antwoord
seiner — Bezittelijk vrouwelijk datief: seine → seiner
Dezelfde oefeningen komen terug in de cursus — daar onthoudt Langula wat je kent en vraagt het op het juiste moment opnieuw. Gratis Duits leren →
Begrippen
- Datief
- De vorm voor iemand die iets ontvangt of hulp krijgt: ik geef hem een boek.
- Meewerkend voorwerp
- vaak de persoon die iets ontvangt of hulp krijgt: ik help het kind.
- Naamval
- De vorm van een woord kan zijn rol tonen: ik, mij.
Naamvallen
Duits leren, niet alleen erover lezen
De zinnen op deze pagina horen bij de gratis cursus — met uitspraak en herhaling.
Gratis beginnen