Kijk goed
- Ich habe Deutsch gelernt.Ik heb Duits geleerd.
- Sie ist nach Berlin gefahren.Ze is naar Berlijn gereisd.
- Wir haben Pizza gegessen.Wij hebben pizza gegeten.
- Er ist eingeschlafen.Hij is in slaap gevallen.
De regel
In gesprekken gebruikt het Duits vaak het Perfekt om over het verleden te spreken. Het bestaat uit twee delen: een vorm van haben of sein en een bijzondere werkwoordsvorm achteraan. Bij machen zeg je ich habe gemacht. Veel werkwoorden van beweging of verandering gebruiken sein: Das Handy ist abgestürzt. Leer die eindvorm bij elk werkwoord, want ze volgt niet altijd een eenvoudige regel.
Onthoud: Voltooide tegenwoordige tijd = haben of sein + bijzondere vorm achteraan.
Hoort bij les 17, 26, 39 van de cursus.
Wat voor jou anders is
Het Nederlands heeft een voltooide tijd met hebben of zijn en een voltooid deelwoord. Daardoor is de structuur van „Mein Handy ist abgestürzt” vertrouwd. In het Duits staan de werkwoordsvormen en het deelwoord wel in hun eigen Duitse vorm; de keuze van het hulpwerkwoord kan ook per werkwoord verschillen. Leer de combinatie dus als Duits geheel.
De vormen
| Grundform | Hilfsverb | Endform |
|---|---|---|
| machen | haben | gemacht |
| wohnen | haben | gewohnt |
| abstürzen | sein | abgestürzt |
| kommen | sein | gekommen |
Veelgemaakte fouten
- *Ich habe gemacht die Hausaufgaben. → Ich habe die Hausaufgaben gemacht.
- *Das Handy hat abgestürzt. → Das Handy ist abgestürzt.
Korte test
- machen → ge___Vorm het voltooid deelwoord.
Antwoord
gemacht — Regelmatig: ge- + stam + -t - Er ___ nach Hause gegangen.Kies het juiste hulpwerkwoord.
- hat
- ist
- wird
- wurde
Antwoord
ist — Werkwoord van beweging → sein - Wir ___ einen Film ___ . (zien)Vul de voltooid tegenwoordige tijd in.
Antwoord
haben ... gesehen — sehen → gesehen (onregelmatig), met haben - Sie hat das Buch ___ .Kies het juiste voltooid deelwoord.
- gelest
- gelesen
- leset
- gelesent
Antwoord
gelesen — lesen → gelesen (onregelmatig) - Ich habe nach Berlin gefahren.Verbeter de fout.
Antwoord
Ich bin nach Berlin gefahren. — fahren = beweging → sein - verstehen → ___Vorm het voltooid deelwoord.
Antwoord
verstanden — Onscheidbaar voorvoegsel: geen ge- - aufstehen (hij)Vorm de voltooid tegenwoordige tijd.
Antwoord
ist aufgestanden — Scheidbaar + beweging: ist + auf-ge-standen
Dezelfde oefeningen komen terug in de cursus — daar onthoudt Langula wat je kent en vraagt het op het juiste moment opnieuw. Gratis Duits leren →
Begrippen
- Voltooide tegenwoordige tijd
- een gemeenschappelijke manier om over het verleden te praten: ik heb geleerd.
- Hulpwerkwoord
- Een werkwoord helpt een andere vorm maken: ik heb geleerd.
- Deelwoord
- Een werkwoordsvorm met een ander werkwoord: geleerd in « ik heb geleerd ».
- Werkwoordstijd
- De werkwoordsvorm laat zien wanneer iets gebeurt: ik speel, ik speelde.
Tijden
Duits leren, niet alleen erover lezen
De zinnen op deze pagina horen bij de gratis cursus — met uitspraak en herhaling.
Gratis beginnen