Der, die, das en ein, eine

Waarom staan er verschillende woorden voor naamwoorden?

Kijk goed

De regel

Voor een Duits zelfstandig naamwoord staat vaak een lidwoord. Leer elk naamwoord met zijn basislidwoord: der Tisch, die Suppe, das Haus. Voor iets bepaalds gebruik je der, die of das. Voor iets dat nog niet is aangeduid, gebruik je ein of eine: ein Tisch, eine Suppe, ein Haus. Het lidwoord kan elders in de zin veranderen; deze tabel toont de basisvorm.

Onthoud: Leer het naamwoord samen met het lidwoord.

Hoort bij les 3, 4, 10 van de cursus.

Wat voor jou anders is

In het Nederlands ken je de en het, dus het idee van een lidwoord met verschillende vormen is vertrouwd. Het Duits verdeelt de basisvorm over drie woorden: „der Tisch”, „die Suppe” en „das Haus”. Je kunt de Nederlandse keuze niet één op één omzetten. Leer daarom het Duitse zelfstandig naamwoord meteen met zijn eigen lidwoord.

De vormen

Lidwoorden in de basisvorm
Nomenbestimmtunbestimmt
Tischderein
Suppedieeine
Hausdasein

Veelgemaakte fouten

Korte test

  1. ___ Tisch ist braun.
    Kies het juiste lidwoord.
    1. Der
    2. Die
    3. Das
    4. Ein
    Antwoord
    Der — Tisch is mannelijk
  2. ___ Blume ist schön.
    Kies het juiste lidwoord.
    1. Der
    2. Die
    3. Das
    4. Ein
    Antwoord
    Die — Blume is vrouwelijk
  3. ___ Auto ist neu.
    Vul het juiste lidwoord in.
    Antwoord
    Das — Auto is onzijdig
  4. ___ Zeitung liegt auf dem Tisch.
    Kies het juiste lidwoord.
    1. Der
    2. Die
    3. Das
    4. Eine
    Antwoord
    Die — Zeitung is vrouwelijk (-ung)
  5. ___ Mädchen lacht. (bepaald lidwoord)
    Vul het juiste lidwoord in.
    Antwoord
    Das — Zelfstandige naamwoorden op -chen zijn onzijdig
  6. Der Lampe ist kaputt.
    Corrigeer de fout in de zin.
    Antwoord
    Die Lampe ist kaputt. — Lampe is vrouwelijk
  7. Welches Nomen hat den Artikel 'der'?
    Welk zelfstandig naamwoord is mannelijk?
    1. Lampe
    2. Stuhl
    3. Buch
    4. Blume
    Antwoord
    Stuhl — Meubelstuk om op te zitten

Dezelfde oefeningen komen terug in de cursus — daar onthoudt Langula wat je kent en vraagt het op het juiste moment opnieuw. Gratis Duits leren →

Begrippen

Lidwoord
Een kort woord voor een naam voor een ding: de hond, een hond.
Bepaald lidwoord
Een woord voor iets bekends: de hond, het huis.
Onbepaald lidwoord
Een woord voor iets dat nog niet bepaald is: een hond, een huis.
Grammaticaal geslacht
Het grammaticale geslacht deelt zelfstandige naamwoorden in groepen in, zoals « de tafel » en « het huis ».

Woordsoorten

Duits leren, niet alleen erover lezen

De zinnen op deze pagina horen bij de gratis cursus — met uitspraak en herhaling.

Gratis beginnen