Kijk goed
- Haben Sie Ihren Reisepass dabei?Hebt u uw paspoort bij u?
- Er ist wütend auf seinen Bruder.Hij is boos op zijn broer.
- Meine Familie ist sehr groß.Mijn familie is heel groot.
De regel
Mein, dein, sein en ihr laten zien van wie iets is. Het begin hangt af van de bezitter: Ihr verwijst in Ihren Reisepass naar de persoon die met Sie wordt aangesproken. De uitgang hangt af van het volgende zelfstandig naamwoord en zijn functie in de zin. Vergelijk meine Familie met seinen Bruder. Leer de vorm samen met het zelfstandig naamwoord.
Onthoud: De bezitter bepaalt het begin, het naamwoord de uitgang.
Hoort bij les 3, 5, 16 van de cursus.
Wat voor jou anders is
In het Nederlands blijven „mijn” en „jouw” meestal gelijk, ongeacht de functie van het volgende naamwoord. In het Duits krijgt het bezittelijke woord vaak een uitgang. „Familie” vraagt „meine”, maar bij „Bruder” als mannelijk voorwerp staat in deze zin „seinen”. Kijk dus eerst naar de bezitter en daarna naar het naamwoord.
De vormen
| Besitzer | Form |
|---|---|
| ich | mein |
| du | dein |
| er | sein |
| sie | ihr |
| wir | unser |
| ihr | euer |
| sie/Sie | ihr/Ihr |
Veelgemaakte fouten
- *mein Mutter → meine Mutter.
- *Er ist wütend auf sein Bruder. → Er ist wütend auf seinen Bruder.
Korte test
- Welke vorm past? Haben Sie ___ Reisepass dabei?
- Ihren
- Ihrem
- Ihre
Antwoord
Ihren — Reisepass is mannelijk lijdend voorwerp: „Ihren” krijgt -en. - Welke vorm past? Er ist wütend auf ___ Bruder.
- sein
- seinen
- seinem
Antwoord
seinen — Bruder is hier mannelijk voorwerp na auf: „seinen”. - Welke vorm past? ___ Familie ist sehr groß.
- Mein
- Meinen
- Meine
Antwoord
Meine — Familie is vrouwelijk onderwerp: „Meine” krijgt -e. - Welke vorm past? ___ Chef ist sehr nett.
- Mein
- Meinen
- Meine
Antwoord
Mein — Chef is mannelijk onderwerp: „Mein” krijgt geen uitgang. - Welke vorm past? Sie ist ___ beste Freundin.
- meinen
- meine
- mein
Antwoord
meine — Freundin is vrouwelijk onderwerp: „meine” krijgt -e.
Dezelfde oefeningen komen terug in de cursus — daar onthoudt Langula wat je kent en vraagt het op het juiste moment opnieuw. Gratis Duits leren →
Begrippen
- Bezittelijk voornaamwoord
- Een woord dat beweert behoren: mijn boek, uw huis.
- Lidwoord
- Een kort woord voor een naam voor een ding: de hond, een hond.
- Grammaticaal geslacht
- Het grammaticale geslacht deelt zelfstandige naamwoorden in groepen in, zoals « de tafel » en « het huis ».
Woordsoorten
Duits leren, niet alleen erover lezen
De zinnen op deze pagina horen bij de gratis cursus — met uitspraak en herhaling.
Gratis beginnen