Bijvoeglijke uitgangen

Waarom „einen roten Mantel”, maar „eine freundliche Person”?

Kijk goed

De regel

Een Duits bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord krijgt een uitgang. Die hangt af van het lidwoord, het geslacht van het zelfstandig naamwoord en zijn functie in de zin. Vergelijk einen roten Mantel, een mannelijk voorwerp, met eine freundliche Person, een vrouwelijk naamwoord. Na der in de basisvorm hoor je vaak -e; na ein bij een mannelijk onderwerp -er. De tabel beperkt zich tot de basisvorm en de Accusatief.

Onthoud: Vóór het naamwoord heeft het bijvoeglijke woord een passende uitgang.

Hoort bij les 10, 18, 24 van de cursus.

Wat voor jou anders is

Ook in het Nederlands krijgt een bijvoeglijk naamwoord vaak -e: „de goede dag”, maar „een goed huis”. Die herkenning helpt, alleen kent het Duits veel meer uitgangen. Het lidwoord, het geslacht en de functie van het naamwoord spelen mee. Vergelijk „ein guter Tag” met „einen roten Mantel”; dezelfde simpele Nederlandse -e volstaat niet.

De vormen

Uitgangen: basis en Accusatief
FallGenusbestimmtunbestimmt
Nominativmder gute Tagein guter Tag
Nominativfdie gute Fraueine gute Frau
Nominativndas gute Hausein gutes Haus
Akkusativmden guten Tageinen guten Tag
Akkusativfdie gute Fraueine gute Frau
Akkusativndas gute Hausein gutes Haus

Veelgemaakte fouten

Korte test

  1. Der klein___ Junge spielt.
    Vul de juiste bijvoeglijke uitgang in.
    Antwoord
    kleine — Na 'der' (Nom. mask.): -e
  2. Ich trinke ein kalt___ Bier.
    Kies de juiste vorm.
    1. kalte
    2. kalter
    3. kaltes
    4. kalten
    Antwoord
    kaltes — Na 'ein' (Nom. onzijdig): -es
  3. Sie kauft den rot___ Pullover.
    Vul de juiste bijvoeglijke uitgang in.
    Antwoord
    roten — Acc. mannelijk na 'den': -en
  4. Das ist eine schönes Blume.
    Verbeter de fout.
    Antwoord
    Das ist eine schöne Blume. — Na 'eine' (Nom. fem.): -e
  5. Die neu___ Bücher sind interessant.
    Kies de juiste vorm.
    1. neue
    2. neuen
    3. neuer
    4. neues
    Antwoord
    neuen — Meervoud na 'die': -en
  6. Er ist ein gut___ Lehrer.
    Vul de juiste bijvoeglijke uitgang in.
    Antwoord
    guter — Na 'ein' (Nom. mask.): -er

Dezelfde oefeningen komen terug in de cursus — daar onthoudt Langula wat je kent en vraagt het op het juiste moment opnieuw. Gratis Duits leren →

Begrippen

Bijvoeglijk naamwoord
een woord dat een kwaliteit beschrijft: een groot huis.
Verbuiging
Een woord verandert van vorm volgens zijn rol: ik, mij.
Nominatief
De vorm voor wie of wat de actie doet: Ze slaapt.
Accusatief
Een vorm voor wie of wat de handeling direct raakt: ik zie de hond.

Woordsoorten

Duits leren, niet alleen erover lezen

De zinnen op deze pagina horen bij de gratis cursus — met uitspraak en herhaling.

Gratis beginnen