Woordsoorten in het Duits

Wat betekenen « Suppe », « spiele » en « groß »?

Kijk goed

De regel

Zelfstandige naamwoorden noemen mensen, dingen of ideeën. In het Duits schrijf je ze met een hoofdletter en leer je het lidwoord erbij: die Suppe. Werkwoorden vertellen wat iemand doet of wat er gebeurt: spielen, schlafen. Bijvoeglijke naamwoorden beschrijven hoe iets is: groß, lecker. Zoek in een zin eerst het werkwoord; dan zie je gemakkelijker waar de andere woorden over gaan.

Onthoud: Naamwoorden noemen, werkwoorden doen, bijvoeglijke naamwoorden beschrijven.

Hoort bij les 3, 11, 13 van de cursus.

Wat voor jou anders is

Het Nederlands onderscheidt ook zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. De rollen van „Suppe”, „spiele” en „groß” herken je dus. In het Duits begint elk zelfstandig naamwoord ook midden in de zin met een hoofdletter. Leer het tegelijk met het lidwoord; Duits heeft bij de basisvorm drie keuzes waar het Nederlands meestal de en het gebruikt.

De vormen

De belangrijkste woordsoorten
WortartBeispielErkennst du an
Nomendie Suppe, das Hausgroßer Anfangsbuchstabe, Artikel
Verbspielen, essenEndung ändert sich: ich spiele, du spielst
Adjektivgroß, müdebeschreibt: das große Haus
Artikelder, die, das, einsteht vor dem Nomen
Pronomenich, du, siesteht statt eines Nomens
Präpositionin, auf, mitsteht vor Nomen oder Pronomen

Veelgemaakte fouten

Korte test

  1. Welke vorm past? Die ___ ist sehr lecker.
    1. Suppe
    2. suppe
    3. suppen
    Antwoord
    Suppe — „Suppe” is een Duits zelfstandig naamwoord en begint met een hoofdletter.
  2. Welke vorm past? Ich ___ gern Fußball.
    1. Spiel
    2. spiele
    3. spiel
    Antwoord
    spiele — Bij „ich” eindigt het werkwoord in de tegenwoordige tijd op -e: „spiele”.
  3. Welke vorm past? Das Haus ist sehr ___.
    1. Groß
    2. größe
    3. groß
    Antwoord
    groß — „groß” beschrijft het huis en krijgt na sehr een kleine letter.
  4. Welke vorm past? Mein ___ ist sehr nett.
    1. Chef
    2. chefen
    3. chef
    Antwoord
    Chef — „Chef” is een Duits zelfstandig naamwoord en begint met een hoofdletter.
  5. Welke vorm past? Sie ___ sehr gut.
    1. tänzerisch
    2. tanzt
    3. Tanz
    Antwoord
    tanzt — Bij sie als één persoon krijgt het werkwoord -t: „tanzt”.

Dezelfde oefeningen komen terug in de cursus — daar onthoudt Langula wat je kent en vraagt het op het juiste moment opnieuw. Gratis Duits leren →

Begrippen

Zelfstandig naamwoord
Een woord voor een persoon, zaak of idee: kind, tafel, vreugde.
Werkwoord
Een woord voor een actie of gebeurtenis: gaan, slapen, zijn.
Bijvoeglijk naamwoord
een woord dat een kwaliteit beschrijft: een groot huis.

Woordsoorten

Duits leren, niet alleen erover lezen

De zinnen op deze pagina horen bij de gratis cursus — met uitspraak en herhaling.

Gratis beginnen