Kijk goed
- der Tisch → die Tischede tafel → de tafels
- das Kind → die Kinderhet kind → de kinderen
- die Frau → die Frauende vrouw → de vrouwen
- das Auto → die Autosde auto → de auto's
- der Apfel → die Äpfelde appel → de appels
De regel
Als je over meer dan één persoon of ding spreekt, heb je het meervoud nodig. Het Duits heeft verschillende vormen: der Bruder wordt die Brüder, das Kind wordt die Kinder en die Woche wordt die Wochen. Sommige woorden blijven gelijk; andere krijgen een uitgang of veranderen een klinker. Je kunt de vorm niet altijd raden. Leer daarom bij elk nieuw naamwoord meteen het meervoud.
Onthoud: Leer ook het meervoud van elk naamwoord.
Hoort bij les 2, 3, 10 van de cursus.
Wat voor jou anders is
Het Nederlands gebruikt vaak -en of -s voor het meervoud. In het Duits zijn de patronen anders en kan ook een klinker veranderen: „Bruder” wordt „Brüder”, terwijl „Kind” „Kinder” wordt. De Nederlandse meervoudsvorm geeft je dus geen veilige Duitse uitgang. Bewaar bij elk nieuw Duits zelfstandig naamwoord meteen ook de meervoudsvorm.
De vormen
| Einzahl | Mehrzahl |
|---|---|
| der Bruder | die Brüder |
| das Kind | die Kinder |
| die Woche | die Wochen |
| das Haus | die Häuser |
Veelgemaakte fouten
- *die Bruders → die Brüder.
- *die Kinds → die Kinder.
Korte test
- der Stuhl → die ___Vorm het meervoud.
Antwoord
Stühle — Uitgang -e met umlaut - das Buch → die ___Vorm het meervoud.
Antwoord
Bücher — Uitgang -er met umlaut - die Lampe → die ___Kies de juiste meervoudsvorm.
- Lampen
- Lampes
- Lampee
- Lämpen
Antwoord
Lampen — Vrouwelijke zelfstandige naamwoorden op -e krijgen -n - das Baby → die ___Vorm het meervoud.
Antwoord
Babys — Leenwoord: meervoud met -s - Die Hünde spielen im Park.Verbeter de fout.
Antwoord
Die Hunde spielen im Park. — Hund krijgt -e, geen umlaut - der Mann → die ___Kies de juiste meervoudsvorm.
- Mannen
- Männer
- Mans
- Männe
Antwoord
Männer — Uitgang -er met umlaut
Dezelfde oefeningen komen terug in de cursus — daar onthoudt Langula wat je kent en vraagt het op het juiste moment opnieuw. Gratis Duits leren →
Begrippen
- Zelfstandig naamwoord
- Een woord voor een persoon, zaak of idee: kind, tafel, vreugde.
- Meervoud
- de vorm voor meer dan één persoon of ding: twee honden.
Woordsoorten
Duits leren, niet alleen erover lezen
De zinnen op deze pagina horen bij de gratis cursus — met uitspraak en herhaling.
Gratis beginnen