Werkwoorden met sich

Waarom staat mich in „Ich freue mich auf das Wochenende”?

Kijk goed

De regel

Bij sommige Duitse werkwoorden hoort een woord dat naar de handelende persoon verwijst. In Ich freue mich auf das Wochenende is dat mich; bij er staat sich. Leer het werkwoord samen met dit woord: sich freuen, sich ärgern. De vorm verandert met de persoon: ich freue mich, er freut sich. Je kunt het woord in deze constructies niet zomaar weglaten.

Onthoud: Leer het werkwoord met sich en pas het woord aan de persoon aan.

Hoort bij les 16, 19, 21 van de cursus.

Wat voor jou anders is

Het Nederlands heeft „zich wassen” en „zich verheugen”: je herkent het wederkerende woord dus meteen. Toch verschillen de vormen en soms ook de gekozen werkwoorden. Bij „ik” zegt het Duits „mich” en bij „er” „sich”. Leer daarom „ich freue mich” en „er freut sich” als complete combinaties, niet als losse woorden.

De vormen

Wederkerende voornaamwoorden
Personsich waschensich freuen
ichwasche michfreue mich
duwäschst dichfreust dich
er / sie / eswäscht sichfreut sich
wirwaschen unsfreuen uns
ihrwascht euchfreut euch
sie / Siewaschen sichfreuen sich

Veelgemaakte fouten

Korte test

  1. Er freut ___ auf die Party.
    Vul het juiste wederkerend voornaamwoord in.
    Antwoord
    sich — 3e persoon enkelvoud: sich
  2. Ich erinnere ___ an den Urlaub.
    Kies het juiste wederkerend voornaamwoord.
    1. mich
    2. mir
    3. sich
    4. dich
    Antwoord
    mich — 1e persoon enkelvoud accusatief
  3. Wir müssen ___ beeilen!
    Vul het juiste wederkerend voornaamwoord in.
    Antwoord
    uns — 1e persoon meervoud: uns
  4. Ich wasche ___ die Hände.
    Accusatief of datief?
    1. mich
    2. mir
    3. sich
    4. uns
    Antwoord
    mir — Lijdend voorwerp aanwezig (Hände) → wederkerend voornaamwoord in de datief
  5. Du musst dich die Haare kämmen.
    Verbeter de fout.
    Antwoord
    Du musst dir die Haare kämmen. — Lijdend voorwerp (Haare) → wederkerend voornaamwoord in de datief: dir
  6. sich / er / auf / den Film / freut
    Zet de woorden in de juiste volgorde.
    Antwoord
    Er freut sich auf den Film. — Wederkerend voornaamwoord na het werkwoord

Dezelfde oefeningen komen terug in de cursus — daar onthoudt Langula wat je kent en vraagt het op het juiste moment opnieuw. Gratis Duits leren →

Begrippen

Werkwoord
Een woord voor een actie of gebeurtenis: gaan, slapen, zijn.
Voornaamwoord
Een woord in plaats van een naam: Anna komt, zij lacht.

Werkwoorden

Duits leren, niet alleen erover lezen

De zinnen op deze pagina horen bij de gratis cursus — met uitspraak en herhaling.

Gratis beginnen