Deelwoorden: tegenwoordig en voltooid

Het tegenwoordig deelwoord (Partizip I) vorm je uit de infinitief + '-d' en het beschrijft een gelijktijdige handeling.

Kijk goed

De regel

Het tegenwoordig deelwoord (Partizip I) vorm je uit de infinitief + '-d' (lachend, spielend) en het beschrijft een gelijktijdige handeling. Het voltooid deelwoord (Partizip II) gebruik je voor het Perfekt, de lijdende vorm en als bijvoeglijk naamwoord. Beide deelwoorden kunnen als bijvoeglijk naamwoord voor een zelfstandig naamwoord staan en krijgen dan een verbuiging. Tegenwoordig deelwoord: infinitief + -d: schlafend, lachend, spielend (gelijktijdige handeling, actief). Voltooid deelwoord: ge- + stam + -t/-en: gemacht, geschrieben (afgesloten handeling, passief). Als bijvoeglijk naamwoord voor een zelfstandig naamwoord krijgen deelwoorden een verbuiging: der lachende Mann, das geöffnete Fenster. Tegenwoordig deelwoord = actief/gelijktijdig: Das spielende Kind (= das Kind, das spielt). Voltooid deelwoord = passief/afgesloten: Das geöffnete Fenster (= das Fenster, das geöffnet wurde).

De vormen

Partizip I en II
GrundformPartizip I (tut gerade)Partizip II (ist getan)
kochendas kochende Wasserdas gekochte Ei
schreibendie schreibende Autorinder geschriebene Brief
öffnendie sich öffnende Türdie geöffnete Tür
spielendie spielenden Kinderdas gespielte Lied
lachenLachend ging sie hinaus.

Korte test

  1. singen → ___
    Vorm het tegenwoordig deelwoord (Partizip I).
    Antwoord
    singend — Infinitief + -d
  2. Die ___ Frau winkt uns zu.
    Kies de juiste vorm.
    1. lachende
    2. gelachte
    3. lachte
    4. lachenden
    Antwoord
    lachende — Tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord: lachend + uitgang
  3. Das ___ Fenster lässt kalte Luft herein. (öffnen, voltooid deelwoord)
    Vul het juiste deelwoord in.
    Antwoord
    geöffnete — Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord: geöffnet + -e
  4. Der geschreibene Brief ist fertig.
    Verbeter de fout.
    Antwoord
    Der geschriebene Brief ist fertig. — schreiben → geschrieben (niet geschreiben)
  5. Der ___ Hund bellt laut. (bellen, gelijktijdig)
    Tegenwoordig of voltooid deelwoord?
    1. bellende
    2. gebellte
    3. bellte
    4. gebellende
    Antwoord
    bellende — Gelijktijdig = tegenwoordig deelwoord: bellend + uitgang
  6. ein gut ___ Steak (braten)
    Vorm het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.
    Antwoord
    gebratenes — Voltooid deelwoord + bijvoeglijke uitgang: gebraten + -es

Dezelfde oefeningen komen terug in de cursus — daar onthoudt Langula wat je kent en vraagt het op het juiste moment opnieuw. Gratis Duits leren →

Werkwoorden

Duits leren, niet alleen erover lezen

De zinnen op deze pagina horen bij de gratis cursus — met uitspraak en herhaling.

Gratis beginnen