Nicht en kein

Wat doet « nicht » in deze zinnen?

Kijk goed

De regel

Nicht ontkent een handeling of uitspraak: Ich fühle mich nicht gut. De plaats hangt af van wat je ontkent; vaak staat het direct voor dat deel. Bij een naamwoord met ein of zonder lidwoord gebruik je vaak kein: kein Ticket, keine Suppe. Kein krijgt uitgangen zoals ein. Onthoud eerst het verschil: nicht ontkent de uitspraak, terwijl kein bij een naamwoord staat.

Onthoud: Nicht ontkent de uitspraak; kein staat bij een naamwoord.

Hoort bij les 8, 22, 30 van de cursus.

Wat voor jou anders is

Het Nederlands heeft niet en geen, een duidelijk aanknopingspunt voor Duits „nicht” en „kein”. Toch moet je op de Duitse vorm letten: kein kan met het naamwoord meeveranderen, terwijl nicht in deze opdrachten een handeling of eigenschap ontkent. Bij „nicht gut” hoort niet het negatieve lidwoord. Zoek eerst welk deel van de zin wordt ontkend.

De vormen

„kein” of „nicht”
SatzverneintWarum
Ich habe einen Hund.Ich habe keinen Hund.ein → kein
Ich habe Zeit.Ich habe keine Zeit.Nomen ohne Artikel → kein
Ich komme heute.Ich komme heute nicht.Verb → nicht
Das ist mein Auto.Das ist nicht mein Auto.der/mein … → nicht
Das Wetter ist gut.Das Wetter ist nicht gut.Adjektiv → nicht

Veelgemaakte fouten

Korte test

  1. Ich habe ___ Auto.
    Kies de juiste ontkenning.
    1. nicht
    2. kein
    3. keine
    4. keinen
    Antwoord
    kein — Zelfstandig naamwoord met (ontbrekend) lidwoord → kein
  2. Das Wetter ist ___ schön.
    Vul 'nicht' of 'kein(e)' in.
    Antwoord
    nicht — Voor bijvoeglijke naamwoorden staat 'nicht'
  3. Wir haben ___ Kinder.
    Kies de juiste ontkenning.
    1. nicht
    2. kein
    3. keine
    4. keinen
    Antwoord
    keine — Plural → keine
  4. Er trinkt ___ Bier. (accusatief, onzijdig)
    Vul 'nicht' of 'kein(e/en)' in.
    Antwoord
    kein — Accusatief onzijdig: kein
  5. Ich habe nicht Hunger.
    Verbeter de fout.
    Antwoord
    Ich habe keinen Hunger. — Hunger is een zelfstandig naamwoord → kein (accusatief mannelijk: keinen)
  6. Sie kommt morgen. → Sie kommt morgen ___.
    Ontken de zin.
    Antwoord
    nicht — Werkwoord ontkennen → nicht aan het einde van de zin
  7. Das ist ___ mein Buch.
    Kies de juiste ontkenning.
    1. nicht
    2. kein
    3. keine
    4. keinen
    Antwoord
    nicht — Voor bezittelijke voornaamwoorden staat 'nicht'

Dezelfde oefeningen komen terug in de cursus — daar onthoudt Langula wat je kent en vraagt het op het juiste moment opnieuw. Gratis Duits leren →

Begrippen

Ontkenning
Een manier om te zeggen dat iets niet zo is: ik kom niet.
Onbepaald lidwoord
Een woord voor iets dat nog niet bepaald is: een hond, een huis.

Zinsbouw

Duits leren, niet alleen erover lezen

De zinnen op deze pagina horen bij de gratis cursus — met uitspraak en herhaling.

Gratis beginnen